Behandeling

Onderhoudsmedicatie

Behandeling van een longaandoening kan bestaan uit medicatie (oraal of inhalatie), zuurstof, goede voeding en fysiotherapie (ademhaling en conditie).
Wanneer ondanks behandeling problemen blijven bestaan, kan poliklinische of klinische longrevalidatie zinvol zijn. Door een multidisciplinair team van onder meer de longarts, de fysiotherapeut, de psycholoog en (long)verpleegkundigen wordt gewerkt aan het optimaliseren van de behandeling, het leren leven met en het hanteren van de aandoening.
Bij astma vormen aanvallen van kortademigheid de belangrijkste klacht. Bij chronische bronchitis en longemfyseem gaat het vooral om hoesten, slijm opgeven en kortademigheid bij inspanning. Mensen met ernstig emfyseem zijn vaak ook in rust kortademig.
De klachten bij astma en bronchitis zijn het gevolg van een ontsteking aan de luchtwegen.
Door deze ontsteking:

  • zwelt het slijmvlies aan de binnenkant van de luchtwegen,
  • maakt het slijmvlies meer slijm,
  • trekken spiertjes in de wand van de luchtwegen samen,
  • kunnen de luchtwegen (flink) vernauwen.

Medicamenteuze behandeling is er op gericht bovenstaande symptomen te behandelen. Daarnaast is bij COPD stoppen met roken van grote invloed op de ernst van de ziekte; in een groot aantal gevallen is roken zelfs de oorzaak.
De voorgeschreven middelen zijn te verdelen in een aantal groepen: bronchusverwijdende middelen, ontstekingsremmers (corticosteroïden), slijmoplossers en antibiotica.

Op basis van de ernst van de astma en de frequentie van exacerbaties worden (combinaties van) medicamenten voorgeschreven:
Milde astma: bronchusverwijders bij aanhoudende klachten
Matige en ernstige astma onderhoudsdosering bronchusverwijders eventueel gecombineerd met inhalatiesteroïden.

Bronchusverwijders (sympaticomimetica)
Werking: Bronchusverwijders zorgen ervoor dat de spiertjes van de luchtwegen zich ontspannen, zodat de luchtwegen zich verwijden. De patiënt ervaart dat hij “meer lucht heeft”.

  • Kortwerkende bronchusverwijders (effect binnen 5 – 20 minuten)
    Indicatie: Incidentele bronchospasmen / kortademigheid, lichte vormen van astma. Voorkeur van toediening per inhalatie.

    • Fenoterol (Berotec)
    • Terbutaline (Bricanyl)
    • Salbutamol (Ventolin, Aerolin)
  • Langwerkende bronchusverwijders:
    Indicatie: Onderhoudsbehandeling bij matige en ernstige astma, met name bij ernstige benauwdheid ’s nachts. Bij astma vaak in combinatie met ontstekingsremmers.

    • Formoterol (Foradil, Oxis, Foster)
    • Salmeterol (Serevent)

Bijwerkingen: Met name op hart – en vaatstelsel:
• verhoogde pols en bloeddruverhoogd hartritme volume
• vaso hoewel longventilatie bij gebruik van deze medicamenten toeneemt, kan door toename van bloeddoorstroming in de longblaasjes hypoxie juist worden versterkt.

Bij hoge en frequente doseringen: Tremoren van handen, hoofdpijn,duizeligheid en misselijkheid. Hoge doses kunnen verder leiden tot hypokaliëmie, tachycardie en aritmie. Na inhalatie zijn minder bijwerkingen te verwachten dan bij oraal gebruik, doordat de lagere dosis van inhalatie een lagere bloedconcentratie geeft met als gevolg minder bijwerkingen.

Bronchusverwijders (anticholinergica)
Werking: Deze middelen, waaronder Ipatropiumbromide (Atrovent) en Tïotropium (Spiriva), werken bronchusverwijdend en remmen slijmvorming in de luchtwegen (effect binnen 20 – 45 minuten)
Indicatie: Behandeling van bronchospasmen / kortademigheid.

Bijwerkingen:
• Droge mond, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid.
• Allergische reactie in de vorm van uitslag en lokaal oedeem (gezicht, tong, lippen),
• laryngospasmen,
• anafylactische shock.

Let op: Er zijn middelen uit deze groep die ook andere bijwerkingen hebben, waaronder Deptropine. Deze bijwerkingen zijn: Sedatie, slaperigheid, duizeligheid, verminderd coördinatievermogen, maag en darmstoornissen, droge mond, accommodatiestoornissen, mictiestoornissen, verwardheid. Bij hoge doseringen psychische bijwerkingen zoals hallucinaties, agressief gedrag en agitatie.

Theofylline
Dit middel uit de groep bronchusverwijders vereist een aparte beschrijving:
Indicatie: Theofylline is nooit de eerste keuze en wordt vaak uitsluitend middels intraveneuze toediening in ziekenhuizen toegepast bij acute en zeer ernstige bronchospasmen.

Werking: Toediening van Theofylline heeft verwijding van de bronchiën tot gevolg. Daarnaast een positief effect op de samentrekking van het diafragma. Theofylline heeft een kortdurend zwak diuretisch effect, is vaatverwijdend en heeft effect op het centraal zenuwstelsel, met name op het ademcentrum. De precieze werking is niet bekend. Om tot de juiste dosering te komen, moeten regelmatig serumspiegels worden geprikt; met name door leeftijd, roken en gebruik van anticonceptiva en andere medicamenten wordt de opname en afbraak van dit middel beïnvloed.

  • Langwerkende Theofylline preparaten (theolair retard)
    Bijwerkingen: Misselijkheid, braken, hoofdpijn, prikkelbaarheid. Bij hoge doseringen kans op tachycardie en ritmestoornissen. Bij overdoseringen kans convulsies. Bij te snelle intraveneuze toediening kunnen hypotensie, tachycardie, aritmieën en zelfs hartstilstand optreden.

Ontstekingsremmers (corticosteroïden)
Werking Ontstekingsremmers verminderen de ontsteking in de luchtwegen. Daarnaast beschermen ze tegen prikkels, waardoor de patiënt minder snel benauwd wordt. Ontstekingsremmers werken alleen als ze dagelijks gebruikt worden. Ontstekingsremmers die geïnhaleerd worden, geven bijna geen bijwerkingen.

  • Oraal / parenteraal: Bijvoorbeeld: prednison / prednisolon
  • Inhalatiesteroïden:
    Indicatie: Bij regelmatig gebruik (meer dan één maal per week) van kort werkende bronchusverwijders, bij verder onbehandelde patiënten en ook wanneer twee of meer inhalaties per dag gedurende twee tot vier weken nodig zijn (volwassenen). Verder is bij ernstige exacerbatie een stootkuur met orale ontstekingsremmers geïndiceerd.

    • Beclamethason (Aerobec, Qvar)
    • Fluticason (Flixotide)
    • Budesonide (Pulmicort)
    • Alvesco (Ciclesonide)

Bijwerkingen: •Bij inhalatie: heesheid en keelpijn (verdwijnen bij verminderen van de dosis en bij gebruik van een voorzetkamer), vermindering lokale weerstand (schimmelinfecties in de mond) •Bij langdurig gebruik van met name orale corticosteroïden: huidproblemen, grotere eetlust, hoge bloeddruk, vollemaansgezicht, dikke voeten, staar, bot ontkalking, diabetes, spierzwakte, verandering in stemming, gestoorde lengtegroei bij kinderen.

Ontstekingsremmers (cromoglicaten)
Werking: Verminderen of voorkomen allergische reacties. Worden bij ademhalingsproblemen per inhalatie gebruikt (spuitbusjes of vernevelaar). Indicatie: Worden vooral gebruikt als alternatieven voor inhalatiecorticosteroïden (hoewel ze minder sterk werkzaan zijn). Onderhoudsbehandeling bij regelmatig gebruik (vaker dan twee maal per week0 van kortwerkende bronchusverwijders. Niet geschikt voor verlichting van acute bronchospasmen. Voorbeelden zijn:

  • Cromoglicinezuur (Lomudal)
  • Nedocromil (Tilade)

Ontstekingsremmers (interleukine antagonisten)
Tamelijk nieuwe ontwikkeling. Worden oraal toegediend. Voorbeeld: Montelukast (Singulair), de enige die in Nederland in de handel is.
Let op: Als ontstekingsremmers (algemeen) niet helpen, heeft het ook geen zin deze te blijven gebruiken. Ook bij roken heeft dit geen zin; de medicament heeft dan geen effect.

Slijmoplossers (zuurstof – radicalen scavengers)
Werking: Oraal en per inhalatie toegediende middelen die slijm wat losser maken waardoor het makkelijker opgehoest kan worden. Neemt daarnaast de bij ontsteking vrijkomende zuurstofradicalen weg die infammatie en schade veroorzaken. Bijvoorbeeld: N – Acetylcysteïne (Fluimicil) Bijwerkingen: Prikkeling keel en trachea, hoesten, bronchospasmen (bij inhalatie). Deze komen nauwelijks voor. Oraal hebben de middelen in gebruikelijke doseringen nauwelijks bijwerkingen. Misselijkheid en braken kunnen voorkomen in hogere doseringen.

Luchtwegvernauwing!
Let op, want sommige pijnstillers of andere medicatie leiden tot luchtwegvernauwing.

  • PIJNSTILLERS: Alle NSAID’ s waaronder Acetylsalicylzuur, ibuprofen, Naproxyn, Diclofenac.
  • MEDICATIE BIJ HARTKLACHTEN OF HOGE BLOEDDRUK: Betablokkers waaronder metoprolol (Selokeen), propanolol (Inderal), sotalol (Sotacor), bisoprolol (Emcor / Bisobloc), pindolol (Viskeen), oxprenolol (Trasicor), labetalol(Trandate)
  • BEPAALDE CONTRASTMIDDELEN VOOR HET MAKEN VAN RÖNTGENFOTO’S OOGDRUPPELS: Befunolol(Glauconex), betaxolol(Betoptic), carteolol (Teoptic), levobunolol (betagan), metiparnolol(Beta Opthiole / normaglaucon), metipranolol / pilocarpine (normaglaucon), pilocarpine / timolol (Timpilo en timolo (loptomit / Timoptol).

Ontvang de nieuwsbrief