Ziektebeelden

Hyperventilatie

Hyperventilatie betekent letterlijk te veel (hyper) ademen (ventilatie). Wie hyperventileert, ventileert meer dan nodig om het koolstofdioxide-gehalte in het bloed (de CO2) op de normale hoogte te houden.

Hyperventilatie moet niet gedefinieerd worden als “snel ademhalen” (tachypnoe); dit kan namelijk best normaal zijn, bijvoorbeeld bij inspanning. Afhankelijk van de situatie kan men, bijvoorbeeld bij een metabole alkalose, snel ademhalen, maar nog last hebben van hypoventilatie (te langzaam ademen).

Oorzaken
Hyperventilatie is geen ziekte op zich, maar een symptoom. De onderliggende ziekten kunnen zijn:
•    Stress, overbelasting, oververmoeidheid of een paniekaanval, verkeerde ademhalingstechniek, te snel ademen
•    Metabole acidose, bijvoorbeeld bij ontregelde diabetes mellitus type 1
•    Hypoxie, zoals bij een astma-aanval, bij bergbeklimmen, bij zware inspanning

Mechanisme
Hyperventilatie bij stress
In een gezond lichaam wisselen de longen zuurstof en koolstofdioxide uit tussen bloed en buitenlucht. Bij hyperventilatie is deze gasuitwisseling intensiever dan normaal.
Bij gezonde mensen is de O2-verzadiging in het bloed bijna steeds nagenoeg 100%. Hyperventileren verandert deze situatie dus niet. De afgifte van CO2 kan wel toenemen. Het bloed geeft dus meer CO2 af dan gewoonlijk. Het CO2-gehalte in het bloed daalt, we spreken van hypocapnie. Hierdoor wordt het bloed minder zuur (alkalischer; pH stijgt), hetgeen de symptomen bij hyperventilatie verklaart. Wie hyperventileert wordt duizelig, voelt zich ijl in het hoofd, heeft tintelingen in vingers, handen, lippen. Vaak treedt hierbij pijn of drukgevoel op de borst op; in extreme gevallen ook krampen van de vingers in strekstand. Vaak is men onrustig, of zelfs in paniek.

Om het hyperventileren te stoppen, moet men het koolstofdioxide-gehalte weer laten stijgen. Daartoe kan men het beste de uitgeademde lucht opnieuw inademen. De uitgeademde lucht bevat immers nog voldoende zuurstof, maar het gehalte aan koolstofdioxide is hoger, waardoor de longen minder koolstofdioxide zullen afgeven aan de lucht. Om het CO2-gehalte te doen stijgen dient men rustig en gecontroleerd te ademen. Het veelvuldig aangeraden plastic zakje is een hulpmiddel om het gevoel van controle terug te krijgen. Het zakje moet echter niet te klein zijn, omdat het zich anders over de mond en neus vacuum kan trekken, wat een naar gevoel geeft. Bij gebruik van een boterhamzakje kan men het beste een klein puntje van de zak afknippen.

Anders dan vele mensen vrezen, leidt deze vorm van hyperventilatie nooit tot flauwvallen. Deze hyperventilatie komt veel voor bij mensen die verder gezond zijn. Artsen kunnen de diagnose vaak verduidelijken door de patiënt opzettelijk 1 à 2 minuten in de spreekkamer te laten hyperventileren: vaak herkennen patiënten de dan optredende klachten. Hiermee is men er dan echter nog niet: hyperventilatieaanvallen zijn, vooral als ze vaker optreden, vrijwel altijd een uiting van een onderliggende paniekstoornis, die een behandelaar psychiatrisch kan proberen te behandelen. Soms treedt het op bij meerdere personen in een groep, als een vorm van massahysterie.

Hyperventilatie bij metabole acidose
Wanneer, bijvoorbeeld door een ernstig nierprobleem, het bloed te zuur is (de zuurgraad (pH) van het bloed is te laag), dan zullen de longen proberen meer CO2 uit te scheiden. De CO2 verhoogt immers de zuurgraad van het bloed. Door hiervan meer uit te scheiden zal de pH van het bloed normaliseren. Via het mechanisme van hyperventilatie verlaagt het lichaam dit gehalte aan koolstofdioxide. Men spreekt dan van respiratoire compensatie. In dit geval is het voor de patiënt levensnoodzakelijk om te hyperventileren, omdat men bij te zuur bloed zal sterven. Bij de mens moet, om te kunnen overleven, de pH van bloed steeds tussen 7,35 en 7,45 liggen.

Hyperventilatie bij hypoxie
Wanneer er te weinig zuurstof in het bloed zit, zal men hyperventileren om het gehalte aan zuurstof te doen stijgen. Uiteraard zal het gehalte aan koolstofdioxide dalen, maar hier primeert het nut van extra zuurstof kunnen opnemen. In dit geval wordt het dan ook fysiologische hyperventilatie genoemd.

•    Te weinig zuurstof in het bloed doordat er te weinig zuurstof wordt aangeboden in de lucht, zien we bijvoorbeeld bij bergbeklimmen op grote hoogte. Daar is het zuurstofgehalte in de lucht lager dan dichter bij de zeespiegel. Daarom zal men op grote hoogtes spontaan beginnen te hyperventileren. Hierbij gaat veel vocht verloren: bergbeklimmers drogen makkelijk uit.
•    Te weinig zuurstof in het bloed kan veroorzaakt worden doordat men onvoldoende lucht kan inademen bij een normale hoeveelheid zuurstof in de ingeademde lucht. Bijvoorbeeld bij een astma-aanval trekken de spiertjes rond de luchtwegen samen (bronchospasmen), waardoor de patiënt moeilijker kan ademhalen en dus minder zuurstof kan opnemen. Ook hier zal de patiënt ten gevolge van hypoxie gaan hyperventileren.
•    Te weinig zuurstof in het bloed kan ook veroorzaakt zijn door een plots hoger zuurstofverbruik van het lichaam, zoals bij zware fysieke inspanningen. Energievrijzetting vraagt immers zuurstof. Bij zware inspanning zal men gaan hijgen om aan de zuurstofvraag te kunnen voldoen. Als men hierdoor meer ventileert dan nodig is om de pCO2 op de normale hoogte te houden is er ook dan sprake van hyperventileren.

In geval van hypoxie is het aangewezen extra zuurstof toe te dienen. In lucht zit 21% zuurstof, op zeeniveau heeft dit een partiële druk van 0,21 bar (21 kPa). Door extra zuurstof toe te dienen, verhoogt het percentage zuurstof in de ingeademde lucht en kan er meer zuurstof worden opgenomen in het bloed. Bergbeklimmers nemen daarom vaak zuurstofflessen mee.

Een astma-patiënt kan ook een geneesmiddel nemen om zijn bronchospasmen op te heffen. Dit kan door betasympathicomimetica in een aerosol (puffertje).

Bij zware inspanning en onvoldoende zuurstof, kan het lichaam tijdelijk overschakelen op een energiebron die geen zuurstof nodig heeft. Het lichaam produceert daarbij wel melkzuur, hetgeen spierkrampen en spierpijnen veroorzaakt.

Complicaties
•    Een bekende valkuil voor mensen die moeten vaststellen wat een patiënt mankeert, is dat een hyperventilatieaanval wel eens veroorzaakt wordt door een acute ziekte zoals een hartaanval – het hebben van een echte hyperventilatieaanval sluit een andere aandoening niet uit.
•    Een hyperventilatieaanval veroorzaakt door stress, kan voor de patiënt een zeer nare ervaring zijn en leiden tot het vermijden van zaken en situaties. Dit kan leiden tot agorafobie en/ of sociale isolatie.
•    Mensen die vaak hyperventileren, waarbij stress de oorzaak is, voelen zich vaak onbegrepen door artsen of medemensen in het algemeen. Het vaak gehoorde “het is maar hyperventilatie” geeft een patiënt geen rust. Men ontwikkelt makkelijk hypochondrie. Geduld en goede voorlichting zijn erg belangrijk.

Ontvang de nieuwsbrief