Ziektebeelden

Sarcoïdose

Sarcoïdose, ziekte van Besnier-Boeck of ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann is, een chronische ziekte met onbekende oorzaak en verloop. Het hele lichaam kan aangetast zijn, maar er is een voorkeur voor de longen. Mogelijk speelt een genetische aanleg mee bij deze ziekte. De ziekte komt gewoonlijk voor bij jong-volwassenen (20-40 jaar) en even vaak bij mannen als bij vrouwen. De ziekte wordt gekenmerkt door zogenaamde “granulomen”, kleine opeenhopingen van ontstekingscellen. De ontsteking is vaak zichtbaar op een röntgenfoto van de longen door middel van vergrote lymfeklieren tussen de longen en soms verdichtingen in de long zelf.

Locatie van de ziekte en symptomen
De meest voorkomende locatie voor deze granulomen is in de longen, maar ook in de huid, ogen, hart, lever, lymfeklieren, het zenuwstelsel en nieren openbaart de ziekte zich wel. De ziekte openbaart zich vaak met klachten van moeheid, hoesten en kortademigheid. Ook gewrichtsklachten, oogklachten, huidafwijkingen en gewichtsverlies zijn vaak genoemde symptomen.

Diagnose
Om de diagnose sarcoïdose te stellen moet volgens de richtlijnen over het algemeen voldaan worden aan drie voorwaarden: Naast de specifieke kenmerken op de longfoto en het aantonen van de granulomateuze ontsteking dienen ook, min of meer gelijk presenterende ziekten als tuberculose, longkanker en het kwaadaardig lymfoom (hodgkin & non-hodgkin) uitgesloten te worden.

Prognose en behandeling
De klachten verdwijnen in de meeste gevallen vanzelf, in enkele gevallen treedt een chronisch beloop op en in een klein percentage van de gevallen (+/- 5%) leidt de ziekte uiteindelijk tot het overlijden van de patiënt. Er zijn geen medicijnen voor bekend, alleen voor symptoombehandeling schrijft men soms corticosteroïden, zoals prednison voor.

Mogelijke rol micro-organismen
Er is recent (2002) uit Zweden gemeld dat in de weefselmonsters van een serie van 30 sarcoïdosepatiënten in vrijwel alle gevallen het micro-organisme Rickettsia helvetica aanwezig zou zijn. In een vervolgonderzoek werden echter bij 20 Zweedse sarcoïdosepatiënten in geen enkel geval antistoffen tegen dit micro-organisme aangetoond.

Er is een uitgebreide discussie van de vele en tegenstrijdige beschikbare gegevens over de rol van micro-organismen bij sarcoïdose gepubliceerd.

Naamgeving
Sarcoïdose werd in het verleden gewoonlijk met de naam “Ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann” aangeduid, naar de artsen die er in het begin het meeste onderzoek naar hebben gedaan : Ernest Henri Besnier uit Frankrijk, Cæsar Peter Møller Boeck uit Noorwegen en Jörgen Nilsen Schaumann uit Zweden.

Ontvang de nieuwsbrief