Ziektebeelden

Zonne-allergie

Zonlicht en UV-straling.
Zonlicht is een mengeling van straling van diverse golflengtes. In de regenboog is het zichtbare deel van de zonnestralen geordend naar de lengte van de golven. Van paars naar rood zijn de golven steeds langer. Het infra-rood, met een golflengte groter dan die van het rood, is niet zichtbaar maar voelen we als (zonne) warmte. Het ultra-violet of UV heeft een golflengte kleiner dan die van het paars. Ook dit deel van de zonnestraling is niet zichtbaar.

De meeste UV-straling krijgen we via zonlicht. Niet alle UV bereikt de aarde: een deel wordt tegengehouden door de ozonlaag.

Er zijn 3 soorten UV-stralen. – UV-A stralen dringen door in onze huid en worden niet tegengehouden door de ozonlaag.
– UV-B stralen geven een natuurlijke bescherming tegen de zon door verkleuring en verdikking van de huid.
– UV-C stralen bereiken de aarde niet, ze worden vastgehouden in de ozonlaag.
De kracht van de zon wordt wel uitgedrukt in de UV-index, die in Nederland kan vari�ren van 1 t/m 10. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan een hogere UV-index voorkomen. De UV-index is mede bepalend voor adviezen over zonnebaden.

Het KNMI geeft tussen eind april en eind september zon-krachtinformatie op teletekst pagina 708 of de internetsite www.knmi.nl.

UV heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking. Onder invloed van UV uit zonlicht of bruiningsapparatuur vormen pigmentcellen het bruine huidpigment dat een natuurlijke bescherming geeft tegen het zonlicht. Onder invloed van UV-B straling wordt vitamine D in ons lichaam aangemaakt. Ook bij sommige huidaandoeningen kan UV-straling een positieve uitwerking hebben (bijvoorbeeld psoriasis).

Risico’s van UV-straling
Zowel UV-A als UV-B kunnen cellen en erfelijk materiaal beschadigen waardoor huidkanker kan ontstaan. UV-B vormt hierbij het belangrijkste risico. Hoewel vroeger werd gedacht dat UV-A niet schadelijk was, blijkt UV-A 10-20% bij te dragen aan het kankerrisico.
Om zich te beschermen tegen schade aan erfelijk materiaal probeert de huid zich te verdikken (nl. na UV-B straling). Pigmentcellen maken de stof melanine aan die de huid bruin kleurt. Dit betekent dus dat als de huid bruin wordt, er al schade is opgetreden.
Omdat de ozonlaag door milieuvervuiling dunner wordt en minder UV-straling wordt geabsorbeerd, neemt het aantal gevallen van huidkanker toe.

Daarnaast kan de huid o.i.v. UV-A en UV-B verbranden, ook onder de zonnebank. Verbranding gaat gepaard met roodheid en in ernstige gevallen rillingen, blaren, misselijkheid en koorts. Op lange termijn zal de huid haar elasticiteit verliezen, versneld verouderen (pigmentvlekken, rimpels, leerachtige droge huid) en gevoelig blijven voor jeuk, pukkeltjes etc.

Een zonnesteek ontstaat door langdurig verblijf of lichamelijk arbeid in de zon (m.n. met zon in de nek) en gaat gepaard met verwardheid, plotselinge spierzwakte, hoofdpijn en een algemeen hittegevoel. Een zonnesteek is het gevolg van zout- en vochtverlies.

Met de volgende maatregelen kunt u een zonnesteek voorkomen.
– Draag altijd een hoed of pet met zonneklep.
– Zoek regelmatig de schaduw op.
– Zorg voor voldoende vochtinname.
– Gebruik wat extra zout om een tekort te voorkomen. Zouttabletten worden vaak slecht verdragen, gewoon de zoutpot op tafel wat vaker gebruiken is ook voldoende.
Als iemand toch een zonnesteek heeft opgelopen, moet die persoon half zittend in de schaduw worden neergelegd. Maak knellende kleding los en zorg voor afkoeling door natte doeken op het hoofd te leggen. Laat de patient veel drinken en waarschuw altijd een arts.

Bij een zonneallergie ontstaan jeukende bultjes, blaasjes en schilfers op de lichaamsdelen die zijn blootgesteld aan de zon. Meestal verdwijnen de klachten binnen een paar dagen. Indien u weet dat u last heeft van een zonneallergie is het raadzaam om uit de zon te blijven of het licht van de zon tegen te houden met een goede sunblock. Deze zijn verkrijgbaar bij uw apotheek.

•    Eventueel kan een allergie veroorzaakt worden door een reactie op ingredienten van het anti-zonnebrandmiddel. Het is raadzaam een ander product te proberen, om te bepalen of dit de oorzaak van de allergie is.

Een aantal geneesmiddelen kan in combinatie met zonlicht een chemische reactie geven die lijkt op een heftige verbranding. De verbranding beperkt zich dan tot de delen van de huid die aan de zon zijn blootgesteld.

Er bestaat ook een aantal geneesmiddelen dat in combinatie met zonlicht een allergische reactie kan geven, die lijkt op eczeem. De kans daarop is veel kleiner dan de chemische reactie, maar hierbij kan de uitslag ook voorkomen op delen van de huid die niet aan het zonlicht zijn blootgesteld.

Wilt u meer weten of u met uw geneesmiddelen veilig in de zon kunt, raadpleeg dan de bijsluiter of vraag uw apotheek om advies.

Wanneer moet u een arts raadplegen
Als u last heeft van verbranding die gepaard gaat met rillingen, blaren, misselijkheid en koorts en bij een zonnesteek is het raadzaam een arts te raadplegen.
Ook als u last heeft van een zonneallergie doet u er goed aan een huisarts te raadplegen.

Beschermende maatregelen
-Een goede bescherming van de huid betekent een goede bescherming tegen UV-A en UV-B. Hierbij zijn diverse adviezen van belang: Gebruik een anti-zonnebrandmiddel met een goede beschermingsfactor (BF) of Sun Protection Factor (SPF) tegen zowel UV-A als UV-B (zie ook anti-zonnebrandmiddelen).

-Tussen 12.00 en 15.00 uur is de zon het felst. Deze periode kunt u beter niet zonnebaden.
-Laat de huid geleidelijk aan de zon wennen.
-Draag beschermende kleding zoals een hoed of pet met zonneklep, shirt met lange mouwen, lange broek en zonnebril.
(Natte kleding laat trouwens meer straling door dan droge kleding)
-Bij een heldere lucht, sneeuw, water of zand wordt straling gereflecteerd, waardoor deze sterker op de huid werkt.
-Ook onder de parasols en door bewolking komt UV-straling heen. Ook dan kan bescherming nodig zijn.
-Gun uw huid rust en blijf eens een dag uit de zon.
-De hoeveelheid UV hangt niet af van de temperatuur.
-Hoog in de bergen is er veel meer UV dan op zeeniveau omdat de straling een minder lange weg door de dampkring hoeft af te leggen.

Voor mensen die houden van berg en/of wintersport is het zeer belangrijk om te zorgen voor een goede bescherming.

Cosmetica kan onder invloed van UV vervelende huidreacties opleveren. Verwijder daarom alle cosmetica (oogschaduw, lippenstift, deodorant enz.) voor u gaat zonnen. Doe datzelfde als u bruiningsapparatuur gaat gebruiken.
-Zon en alcohol verdragen elkaar slecht. Als u gaat zonnen kunt u beter geen alcohol gebruiken. Alcohol verwijdt de bloedvaten nog eens extra. Dit kan zonnebrand verergeren.
-Blijf uzelf ook beschermen als u eenmaal bruin bent. Een bruine huid beschermt namelijk niet volledig tegen de negatieve effecten op lange termijn.

Huidtypen
Niet elke huid is even gevoelig voor zonlicht. De mate van verbranding zegt het meeste over het huidtype. Daarna speelt de mate van bruining een rol. De uiterlijke kenmerken zijn het minst bepalend.

Op grond van deze gevoeligheid worden 4 huidtypen onderscheiden.
– Huidtype 1
Heeft u een zeer lichte huid, blonde of rossige haren en sproeten of lichtblond haar met blauwe ogen dan heeft u weinig pigment en bent u derhalve gevoelig voor zonlicht. U verbrandt snel en wordt niet of nauwelijks bruin.
– Huidtype 2
Als u een lichte huid heeft met blond haar en lichte ogen dan verbrandt u snel en wordt u langzaam bruin.
– Huidtype 3
Bezit u donker tot bruine haren en donkere ogen dan zult niet gemakkelijk verbranden en wordt u gemakkelijk bruin.
– Huidtype 4
Heeft u een getinte huid en donker haar en ogen dan verbrandt u bijna nooit en bruint u zeer goed.

Daarnaast spelen de conditie van de huid, de tijd van het jaar en de weersomstandigheden ook een rol bij hoe gevoelig men is voor zonlicht. Wanneer de huid niet gewend is aan zonlicht kan bij te lange blootstelling een reactie optreden. In de zomer geeft de KNMI de zogenaamde UV-index van die dag door waardoor u kunt inschatten welke beschermende maatregelen u moet nemen.

Kinderen
De kinderhuid is een verhaal apart. Bij volwassenen bestaat een bepaalde laag van de huid uit dode huidcellen die een barrière vormen tegen straling, uitdroging en het binnendringen van vreemde stoffen. Bij baby’s ontbreekt deze zogenaamde hoornlaag. Deze wordt pas in de loop der jaren gevormd. Tot ongeveer het vierde levensjaar is deze hoornlaag onvoldoende ontwikkeld om als bescherming te dienen, zowel tegen UV-straling als tegen uitdroging.

Een ander beschermingsmechanisme is de vorming van melanine (een bruine kleurstof) onder invloed van de zon. Kleine kinderen vormen bijna geen melanine waardoor er te weinig pigment ontstaat om afdoende bescherming te bieden.

Baby’s en kinderen tot 15 jaar zijn extra gevoelig voor UV-straling. Blootstelling aan overmatige UV-straling kan schade op de lange termijn teweeg brengen.
Extra bescherming in de vorm van een anti-zonnebrandmiddel met een hoge beschermingsfactor en het dragen van kleding is derhalve noodzakelijk.
Het gebruik van bruiningsapparatuur voor kinderen tot 15 jaar wordt ten sterkste afgeraden.

Zonnebaden, hoe lang?
Over het algemeen denkt men dat de huid pas verbrand is als die rood is en pijn doet. Maar de huid is al verbrand als deze 8 tot 24 uur na het zonnen net rood kleurt. Uw huidtype en de UV-index bepalen hoelang u in de zon kunt liggen.

Het is belangrijk om uw huid geleidelijk aan de zon te laten wennen. Een richtlijn voor de maand juli tussen 12.00 en 15.00 uur is huidtype x 10 minuten. Voor de maanden juni en augustus geldt huidtype x 15 minuten en voor mei en september huidtype x 25 minuten.
Voorbeeld: u hebt huidtype 2, u bruint wel maar vlot gaat het niet. In juli zou u dan tussen 12 en 3 uur maximaal 2 x 10 minuten onbeschermd in de zon moeten doorbrengen.
U kunt er overigens ook voor kiezen om voor twaalven en na drieen te zonnen. Op deze manier kan de huid zich aanpassen met een kleinere kans op verbrandingsverschijnselen.
Gun uw huid tussendoor ook wat rust en blijf ook eens een dag uit de zon.

Anti-zonnebrandmiddelen
Anti-zonnebrandmiddelen beschermen de huid tegen verbranden en uitdrogen. Deze middelen bevatten een beschermingsfactor. In Nederland wordt beschermingsfactor 15 aanbevolen.

Anti-zonnebrandmiddelen met een beschermingsfactor vanaf 25 zijn de zogenaamde sunblocks. Voor personen met huidtype 1 of bij sommige huidafwijkingen kan een sunblock zinvol zijn. Bedenk echter dat ook een sunblock niet alle UV-straling kan tegenhouden.

Wanneer u bij gebruik van bruiningsapparatuur verbrandt, kunt u beter de tijdsduur per keer beperken dan anti-zonnebrandmiddelen te gaan gebruiken.

Als u een anti-zonnebrandmiddel wilt gebruiken, kunt u het beste een half tot een uur voor u in de zon gaat opbrengen. De werkzaamheid van het middel loopt terug. Alle middelen moeten daarom na twee uur opnieuw worden aangebracht, ook de zogeheten waterproofmiddelen. Breng het middel eveneens opnieuw op na het zwemmen of bij sterke transpiratie.

Houd er rekening mee dat anti-zonnebrandmiddelen nog wel UV doorlaten. Als u langere tijd in de zon verblijft, kunt u ondanks zo’n middel toch verbranden. Opnieuw insmeren kan verbranding dan niet meer voorkomen.

Er zijn veel anti-zonnebrandmiddelen met verschillende beschermingsfactoren verkrijgbaar. Let bij de keuze op de beschermingsfactor, uw huidtype, waterproof en vorm van het middel (bijv. lotion, gel, crème). Uw Kring-apotheek adviseert u graag bij het maken van een keuze.

Naast de anti-zonnebrandmiddelen zijn er ook bruiningsproducten en snelbruiners verkrijgbaar.

Bruiningsproducten bespoedigen het bruin worden in de zon. Ze zijn echter niet geschikt voor een langdurig verblijf in de zon. Als u dit soort middelen wilt gebruiken dient u zich daarnaast ook nog te beschermen tegen UV-straling.
Snelbruiners zijn producten die bruinen zonder zon. Zij bieden geen enkele bescherming tegen UV.

Na het zonnen
Na het zonnen is de huid erg gevoelig. Daarom kunt u het beste voorzichtig douchen en daarbij geen zeep gebruiken, want dit is te prikkelend voor de huid. Een after sun product kalmeert, verzacht en ontspant de huid.

In de serie huis-tuin-en-keukenmiddeltjes kunnen nog genoemd worden de verkoelende werking van komkommer (in plakjes of de schillen) en yoghurt (opbrengen en na een kwartiertje weer afspoelen).

Na het zonnen kunt u beter geen bodymilk gebruiken. Dit heeft alleen een verzorgende en geen verkoelende werking.

Als uw huid erg verbrand is, kan afkoelen door middel van natte kompressen verlichting bieden. Bij erge pijn kunt u eventueel paracetamol gebruiken.

Ontvang de nieuwsbrief